C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)
C.jud. Art. 1235
BOEK IV. _ BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN. — HOOFDSTUK IX. <W 2001-04-29/39, art. 67, 054; Inwerkingtreding : 01-08-2001> - Voogdij over minderjarigen
<W 2001-04-29/39, art. 67, 054; Inwerkingtreding : 01-08-2001> Met het oog op de toepassing van artikel 399 van het Burgerlijk Wetboek zijn bovendien de volgende bepalingen van toepassing :
1° [de voogd van wie de ontwetting wordt gevorderd, wordt ambtshalve of op een met redenen omkleed verzoek van de toeziende voogd of van de procureur des Konings opgeroepen om te verschijnen op de terechtzitting die de vrederechter ... bepaalt. De voogd wordt bij gerechtsbrief opgeroepen. De toeziende voogd wordt gehoord;] <W 2003-02-13/54, art. 9, 063; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
2° Onverminderd de toepassing van artikel 391 van het Burgerlijk Wetboek gaat de rechter bij de uitspraak houdende de ontzetting, overeenkomstig artikel 401 van hetzelfde Wetboek onmiddellijk over tot de vervanging van de ontzette voogd.
Deze bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de procedure tot ontzetting van de toeziende voogd. In dat geval moet de voogd worden gehoord.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2010-06-02/35, art. 6, 111; Inwerkingtreding : 10-07-2010>
Verwijst naar
- C.jud. Art. 054
- C.jud. Art. 063
- C.jud. Art. 401
- C.jud. Art. 67
- C.jud. Art. 9
- anc. C.civ. Art. 391
- anc. C.civ. Art. 399