C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)
C.jud. Art. 1338
Boek IV. — HOOFDSTUK XV. _ Summiere rechtspleging om betaling te bevelen.
<W 29-11-1979, art. 3> Elke vordering behorende tot de bevoegdheid van de vrederechter en strekkende tot betaling van een vaststaande schuld die een geldsom tot voorwerp heeft waarvan het bedrag (((1.860 EUR))) niet te boven gaat, kan worden ingesteld, behandeld en berecht overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk, (indien zij voor hem gestaafd lijkt te zijn door een geschrift dat van de schuldenaar uitgaat.) <W 1987-07-29/32, art. 1, 009; Inwerkingtreding : 1-10-1987> <W 1992-08-03/31, art. 58, 020; Inwerkingtreding : 01-01-1993> <KB 2000-07-20/58, art. 2, 051; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
(Het geschrift waarop de vordering gegrond is hoeft niet noodzakelijk een erkenning van de schuld te zijn.) <W 1987-07-29/32, art. 1, 009; Inwerkingtreding : 1-10-1987>
Deze bepalingen zijn eveneens van toepassing op elke vordering die behoort tot de bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank wanneer deze rechtbank kennis neemt van de in artikel 573 bedoelde geschillen ongeacht het bedrag van de vordering .
(Deze bepalingen zijn eveneens van toepassing op elke vordering behorende tot de bevoegdheid van de politierechtbank wanneer deze rechtbank kennis neemt van de geschillen bedoeld in artikel 601bis.) <W 1994- 07-11/33, art. 40, 028; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2014-03-26/33, art. 9, 128; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
- (2)<W 2014-12-19/24, art. 32, 137; Inwerkingtreding : 08-01-2015>
- (3)<W 2018-04-15/14, art. 252, 163; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
Verwijst naar
- C.jud. Art. 009
- C.jud. Art. 020
- C.jud. Art. 028
- C.jud. Art. 051
- C.jud. Art. 1
- C.jud. Art. 2
- C.jud. Art. 3
- C.jud. Art. 40
- C.jud. Art. 573
- C.jud. Art. 58
- C.jud. Art. 601bis