C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)
C.jud. Art. 903
HOOFDSTUK VIII. _ Bewijs. — Afdeling IV. _ Valsheidsprocedure.
Ingeval het van valsheid betichte stuk in minuut verleden is, beveelt de rechter aan de verweerder of aan de bewaarder van de minuut het stuk neer te leggen op de griffie of op een andere plaats, door hem aangewezen voor het verrichten van de onderzoeksmaatregelen die hij heeft bevolen.
De rechter bepaalt de termijn voor die neerlegging.
Is de minuut in handen van een openbaar bewaarder, dan wordt zij vooraf gefotografeerd en een fotografische afdruk, op de kant waarvan de griffier melding maakt van de valsheidsvordering, wordt met het origineel vergeleken door de voorzitter van de rechtbank, die daarvan proces-verbaal opmaakt; de afdruk wordt door de bewaarder bij zijn minuten gelegd om in de plaats ervan te treden totdat over de valsheid vonnis gewezen is en hij mag daarvan grossen en uitgiften afgeven met vermelding van het proces-verbaal dat is opgemaakt.
De rechter schrijft alle maatregelen voor betreffende de afdrukken die gelegd worden in de plaats van de minuten of van de originelen totdat de stukken zijn teruggeleverd, alsmede alle andere maatregelen betreffende het afgeven van grossen of uitgiften, onder verplichting om daarvan melding te maken in het proces-verbaal.
De kosten van de kopie worden door de eiser inzake valsheid aan de bewaarder terugbetaald volgens de begroting van de rechter.
Wanneer het over te leggen stuk de minuut van een authentieke akte van een notaris betreft, zijn het derde tot het vijfde lid niet van toepassing en geschiedt de overlegging overeenkomstig artikel 22 van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2022-11-22/06, art. 112, 195; Inwerkingtreding : 01-01-2023>