C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)
C.jud. Art. 939
Afdeling V. _ Getuigenverhoor. — Onderafdeling 3. _ Verhoor van getuigen.
Het getuigenis wordt op schrift gesteld.
Het wordt voorgelezen en aan de getuige wordt gevraagd of hij daarin volhardt.
Bij deze voorlezing en in voorkomend geval na de opmerkingen van de partijen, kan de getuige daarin zodanige verbeteringen en toevoegingen aanbrengen als hem goeddunkt; zij worden onder of op de kant van het getuigenis geschreven; zij worden evenals het getuigenis voorgelezen en in het proces-verbaal wordt daarvan melding gemaakt.
Het getuigenis, alsmede de aangebrachte verbeteringen en toevoegingen, worden ondertekend door de getuige, de rechter en de griffier; indien de getuige niet wil of niet kan tekenen, wordt daarvan melding gemaakt.