C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)
C.jud. Art. 991
Afdeling VI. _ Deskundigenonderzoek. — Onderafdeling 5. Kosten en erelonen van deskundigen. <ingevoegd bij W 2007-05-15/62, art. 26; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook
<W 2007-05-15/62, art. 31, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. Indien de partijen niet binnen dertig dagen na de neerlegging ter griffie van de gedetailleerde staat overeenkomstig § 2 aan de rechter hebben meegedeeld dat zij het bedrag van het ereloon en de kosten die door de deskundige worden aangerekend, betwisten, wordt dat bedrag door de rechter begroot onderaan op de minuut van de staat en wordt daarvan een bevel tot tenuitvoerlegging gegeven overeenkomstig het akkoord dat de partijen gesloten hebben of tegen de partij of partijen, zoals bepaald voor de consignatie van het voorschot.
§ 2. Indien één of meer partijen binnen de in § 1 bedoelde termijn niet akkoord gaan met de staat van kosten en ereloon en hun standpunt met redenen omkleden, gelast de rechter, overeenkomstig artikel 973, § 2, de oproeping van de partijen teneinde het bedrag van de kosten en het ereloon te begroten.
De rechter stelt het bedrag vast van de kosten en het ereloon onverminderd eventuele schadevergoeding en intresten.
Hij houdt hoofdzakelijk rekening met de zorgvuldigheid waarmee het werk werd uitgevoerd, de nakoming van de vooropgestelde termijnen en de kwaliteit van het geleverde werk. Hij kan daarbij ook rekening houden met de moeilijkheid en duur van het geleverde werk, de hoedanigheid van de deskundige en de waarde van het geschil.
De rechter verklaart het vonnis uitvoerbaar tegen de partij of partijen zoals bepaald voor de consignatie van het voorschot.
§ 3. Deze bedragen zullen in de eindbeslissing als gerechtskosten worden begroot.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2009-12-30/14, art. 36, 106; Inwerkingtreding : 25-01-2010>
Verwijst naar
- C.jud. Art. 093
- C.jud. Art. 31
- C.jud. Art. 34
- C.jud. Art. 973