C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 1386–1675)
C.jud. Art. 1601
TITEL III. _ GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING. — HOOFDSTUK VI. - Uitvoerend beslag op onroerend goed.
§ 1. Zodra de notaris ertoe verzocht wordt door enig persoon gerechtigd om de rouwkoop te vervolgen, maant hij, per gerechtsdeurwaardersexploot of per aangetekende brief met ontvangstbevestiging, de in gebreke blijvende koper aan om binnen een termijn van acht dagen zijn verplichtingen, voorzien in artikel 1596, te voldoen of de clausules van de toewijzing uit te voeren.
§ 2. Bij gebrek aan voorafgaand verzoek, maant de notaris, vanaf de dag volgend op de in de verkoopsvoorwaarden vastgestelde vervaldag om te voldoen aan de verplichtingen voorzien in artikel 1596 of aan de clausules van de toewijzing, binnen een redelijke termijn de in gebreke blijvende koper aan, per gerechtsdeurwaardersexploot of per aangetekende zending met ontvangstbewijs, om zijn verplichtingen te voldoen binnen een termijn van acht dagen.
Bij niet-nakoming van de verplichtingen waarin artikel 1596 voorziet of de clausules van toewijzing door de koper bij het verstrijken van de termijn van acht dagen voorzien in het eerste lid, informeert de notaris onmiddellijk alle personen die gerechtigd zijn de rouwverkoop te vervolgen per aangetekende zending.
Binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van de aangetekende zending beoogd door het tweede lid, dient de notaris verzocht te worden om de rouwkoop te vervolgen, op straffe van verval. Bij gebrek hieraan, zijn slechts de andere rechtsmiddelen mogelijk.
§ 3. De termijnen van deze bepaling worden berekend overeenkomstig artikel 52 en volgende.
§ 4. In elk geval worden de kosten die de notaris heeft gemaakt, beschouwd als bevoorrechte gerechtskosten in de zin van artikel 17 van de hypotheekwet.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2017-08-11/14, art. 45, 102; Inwerkingtreding : 01-05-2018>