C. nationalité · 28 JUNI 1984. - Wetboek van de Belgische nationaliteit
C. nationalité Art. 31
HOOFDSTUK VII. - OVERGANGSBEPALINGEN.
§ 1. De vreemdeling die met vrucht een inburgeringscursus heeft gevolgd overeenkomstig de voorwaarden vastgelegd door de bevoegde overheid van zijn hoofdverblijfplaats, bewijst zijn maatschappelijke integratie als bedoeld in het oude artikel 12bis, § 1, 2°, d), en 3°, e), van dit Wetboek, zoals het bestond voor de wijziging ervan bij de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing.
De vreemdeling moet de inburgeringscursus ten laatste begonnen zijn binnen drie jaar te rekenen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing.
§ 2. Het oude artikel 12bis, § 1, 2°, d), en 3°, e), van dit Wetboek, zoals het bestond voor de wijziging ervan bij de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, blijft van toepassing op de vreemdeling die aan de in para-graaf 1 bedoelde voorwaarden voldoet.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij W 2018-06-18/03, art. 153, 017; Inwerkingtreding : 12-07-2018>