Code wallon de l'environnement - Partie décrétale 04-05-2005 Art. D42-1
HOOFDSTUK II. - Onbevaarbare waterlopen. — Afdeling 4. - Algemene bepalingen.
§ 1. De gronden die langs een onbevaarbare geklasseerde waterloop in de openlucht liggen en als weiland dienen, worden uiterlijk op 1 januari 2023 zodanig afgesloten om de toegang van het vee tot de waterloop tijdens het hele jaar te voorkomen.
Het gedeelte van de omheining gelegen aan de rand van de waterloop bevindt zich op een afstand van minimaal één meter vanaf de oeverkruin van de waterloop naar de binnenzijde van de gronden.
In afwijking bedraagt deze minimale afstand 0,75 meter voor de omheiningen geplaatst vóór 1 april 2014.
De omheining wordt geplaatst zonder een hindernis te vormen voor de doorgang van het materiaal dat gebruikt wordt voor de uitvoering van de gewone werken tot onderhoud of kleine herstelling van de waterlopen.
§ 2. Wanneer het passeren met droge voeten in of in de onmiddellijke nabijheid van de weiden gelegen aan beide kanten van de waterloop onmogelijk is, kunnen hekken in de omheiningen gelegen langs die waterloop geïnstalleerd worden om een doorwaadbare doorgang mogelijk te maken. Tijdens de tijd die nodig is voor de oversteek van de waterloop kunnen die hekken open zijn. Het weiden wordt zodanig georganiseerd dat de frequentie en het aantal oversteken worden verminderd.
§ 3. De Regering kan, volgens de door haar vastgestelde procedure, een afwijking toekennen voor de verplichting bedoeld in paragraaf 1 voor de gronden die het voorwerp uitmaken van een zeer extensieve wei die gunstig is voor biodiversiteit.
§ 4. In afwijking van paragraaf 1, mag een toegang tot water met minimale milieueffecten over een lengte van maximaal vier meter worden ingericht onder de volgende voorwaarden:
a) de toegang van vee tot de waterloop gebeurt via de installatie van een voorziening die voorkomt dat het vee de waterloop oversteekt en die de lozing van uitwerpselen in de waterloop beperkt;
b) de vier meter oever die toegang geeft tot de waterloop zijn licht glooiend en mogen niet worden aangelegd met bouwafval of andere inerte afvalstoffen;
c) het aantal toegangspunten is beperkt tot één per aangegeven perceel per landbouwer. Voor percelen met meer dan honderd meter oever mag er één toegang zijn per honderd meter oever van het aangegeven perceel;
d) de belemmering van waterafvoer of van pleziervaartuigen is verboden. Het plaatsen van planken of andere voorzieningen in de kleine bedding van de waterloop om het waterpeil te verhogen en het graven van oevers zijn verboden. De inrichtingen mogen niet worden gebruikt als vaste doorwaadbare plaats en moeten worden onderhouden zoals een voorzichtig en redelijk persoon zou doen.
De uitgevoerde inrichtingen moeten jaarlijks worden aangegeven bij het versturen van de oppervlakteaangifte en worden voor het eerst aangegeven in 2025.
Deze afwijking is niet van toepassing op de volgende gebieden die door de Regering zijn vastgesteld en waarvoor specifieke wetgeving geldt: Natura 2000-gebieden en hun bufferzones, zwemgebieden en hun stroomopwaartse gebieden, op delen van waterlopen waar bootverkeer is toegestaan en in waterlichamen met specifieke uitdagingen.
De voorkeur wordt gegeven aan alternatieve oplossingen die bestaan of eenvoudig te implementeren zijn om de toegang van vee tot de waterloop te voorkomen. Afhankelijk van de configuratie van het gebied en indien meer specifieke inrichtingen nodig zijn, kan de Regering, volgens dezelfde procedure als in paragraaf 3, een afwijking toestaan van de verplichting bedoeld in paragraaf 1, nadat de administratie het gebied heeft bezocht.
In geval van een verslechtering van de kwaliteit van waterlichamen gebonden aan de in dit artikel genoemde afwijkingen, of in geval van een verslechtering of onderhoud waardoor de inrichting niet kan worden gehandhaafd, is de toegang voor vee tot de waterloop verboden.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<DWG 2024-04-25/49, art. 1, 060; Inwerkingtreding : 30-08-2024>