Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Code de la démocratie locale et de la décentralisation (Text · 22 APRIL 2004. - Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie (Tekst vervangen door Erratum, zie B.St. 22-03-2005, p. 12597-12721)

Code de la démocratie locale et de la décentralisation (Text Art. L1122-33

HOOFDSTUK II. - De gemeenteraadsleden — Afdeling 3. - Bevoegdheden van de gemeenteraad

Van krachtOfficiële tekst

FRNL (vertaling)

§ 1. De gemeenteraad kan in straffen tegen de overtredingen van zijn reglementen voorzien, tenzij er bij wet, decreet of ordonnantie zijn vastgesteld. Die straffen mogen de politiestraffen niet overschrijden.

De strafrechtelijke geldboeten die door de thans geldende reglementen bepaald zijn en die hoger zijn dan bij boek I tot en met IV van dit eerste deel van dit wetboek is geoorloofd, worden van rechtswege verminderd tot het maximum van de politiegeldboeten.

§ 2. De gemeenteraad kan eveneens in hierna volgende administratieve geldboeten tegen de overtredingen van zijn reglementen voorzien, tenzij er bij wet of decreet in een strafrechtelijke of administratieve straf is voorzien :

1° de administratieve geldboete, die maximum 247,89 euro bedraagt;

2° de administratieve opschorting van een toelating of een vergunning die door de gemeente was afgeleverd;

3° de administratieve intrekking van een toelating of vergunning, die in de tijd beperkt of definitief is;

4° de administratieve sluiting van een inrichting, of tijdelijk of definitief.

De administratieve geldboete wordt opgelegd door de ambtenaar die daartoe aangewezen is door de gemeente, hierna de " ambtenaar " genoemd. Die ambtenaar mag niet dezelfde zijn als die, welke overeenkomstig § 6 de overtredingen vaststelt.

De opschorting, de intrekking en de sluiting zoals hierboven bedoeld worden opgelegd door het gemeentecollege.

§ 3. De gemeenteraad mag niet gelijktijdig in een strafrechtelijke en een administratieve straf voorzien voor dezelfde overtredingen van zijn reglementen en ordonnanties, maar enkel in één van beiden.

§ 4. De straffen bepaald in § 2, eerste lid, 2° tot en met 4°, kunnen enkel worden opgelegd nadat de overtreder voorafgaandelijk is gewaarschuwd. Die waarschuwing bevat een uittreksel uit het overtreden reglement of de overtreden ordonnantie.

§ 5. De administratieve geldboete staat in verhouding tot de ernst van de feiten die eraan ten grondslag liggen, en in functie van een eventuele herhaling.

De vaststelling van meerdere samenvallende overtredingen van hetzelfde reglement, dezelfde ordonnantie geeft aanleiding tot een enige administratieve geldboete die in verhouding staat tot de ernst van die feiten samen.

§ 6. Vastgesteld worden de overtredingen bij proces-verbaal, door een politieambtenaar of een hulpagent van politie.

§ 7. Indien de feiten tegelijk een strafrechtelijke overtreding en een administratieve overtreding uitmaken, wordt het origineel van het proces-verbaal aan de procureur des Konings toegezonden. Een afschrift wordt overgemaakt aan de ambtenaar.

Indien de overtreding enkel met een administratieve straf kan worden gestraft, wordt het origineel van het proces-verbaal enkel aan de ambtenaar toegezonden.

§ 8. In het geval bedoeld in § 7, eerste lid, beschikt de procureur des Konings over een termijn van één maand, te rekenen van de dag van ontvangst van het origineel van het proces-verbaal, om de ambtenaar erover in te lichten dat er een opsporings- of gerechtelijk onderzoek is geopend of dat er een strafrechtelijke vervolging is ingezet. Die mededeling ontneemt de ambtenaar de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen. De ambtenaar mag de administratieve geldboete niet opleggen vóór die termijn verstreken is, behalve indien de procureur des Konings daarvoor meedeelt dat hij het feit geen verder gevolg geeft. Als die termijn eenmaal verstreken is, kunnen de feiten enkel nog met een administratieve straf gestraft worden.

§ 9. Indien de ambtenaar beslist dat de administratieve procedure aangevat dient te worden, deelt hij bij ter post aangetekend schrijven de overtreder mee :

1° de feiten waarvoor de procedure is aangevat;

2° dat de overtreder de mogelijkheid heeft om schriftelijk, bij ter post aangetekend schrijven, zijn verweermiddelen uiteen te zetten binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen van de kennisgeving en dat hij bij die gelegenheid het recht heeft om de ambtenaar erom te verzoeken zijn verweer mondeling uiteen te zetten;

3° dat de overtreder het recht heeft om zich te laten bijstaan dan wel vertegenwoordigen door een raadsman;

4° dat de overtreder het recht heeft inzage in zijn dossier te krijgen;

5° een afschrift als bijlage bij het proces-verbaal bedoeld in § 6.

De ambtenaar bepaalt, in voorkomend geval, de dag waarop de overtreder uitgenodigd wordt om zijn verweer mondeling uiteen te zetten.

Indien de ambtenaar oordeelt dat er een geldboete die 61,97 euro niet overschrijdt, moet worden opgelegd, heeft de overtreder het recht niet om zijn verweer mondeling uiteen te zetten.

§ 10. Als de termijn bepaald in § 9, 2°, verstrijkt of vóór verstrijken ervan, indien de overtreder meedeelt dat hij de feiten niet betwist of, in voorkomend geval, nadat de overtreder of diens raadsman zijn verweer mondeling heeft uiteengezet, kan de ambtenaar de administratieve geldboeten bepaald bij het reglement opleggen.

Die beslissing wordt de overtreder per aangetekend schrijven ter kennis gebracht.

De ambtenaar kan geen administratieve geldboete opleggen vóór het verstrijken van een termijn van zes maanden, te rekenen van de dag waarop het feit is gepleegd, de eventuele beroepsprocedures niet meegerekend.

§ 11. De beslissing om een administratieve geldboete op te leggen, is uitvoerbaar bij verstrijken van de termijn van één maand te rekenen van de dag van kennisgeving ervan, behalve bij beroep krachtens § 12.

§ 12. De gemeente, bij niet-opleggen van een administratieve geldboete, of de overtreder kunnen op schriftelijk verzoek bij de politierechtbank een beroep indienen binnen de maand na kennisgeving van de beslissing.

De politierechtbank oordeelt over wettelijkheid en proportionaliteit van de opgelegde geldboete.

Die rechtbank kan de beslissing van de ambtenaar ofwel bevestigen ofwel tenietdoen.

Er is geen beroep mogelijk tegen de beslissing van de politierechtbank.

Onverminderd vorige leden gelden de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek voor het beroep bij de politierechtbank.

§ 13. De procedure ter aanwijzing door de gemeente van de ambtenaar die de administratieve geldboete oplegt, wordt, evenals de wijze van inning van die geldboete, door de regering bepaald.

De administratieve geldboeten worden ten bate van de gemeente geïnd.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<DWG 2005-12-08/42, art. 51, 003; Inwerkingtreding : zie DWG 2005-12-08/42, art. 56>