Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Code de la démocratie locale et de la décentralisation (Text · 22 APRIL 2004. - Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie (Tekst vervangen door Erratum, zie B.St. 22-03-2005, p. 12597-12721)

Code de la démocratie locale et de la décentralisation (Text Art. L2212-9

Afdeling 2. - De provincieraad — Onderafdeling 1. - Aanwijzing en statuut van de provincieraadsleden

Van krachtOfficiële tekst

FRNL (vertaling)

§ 1. Het provincieraadslid kan verlof nemen wegens de geboorte of de adoptie van een kind. Hij deelt zijn verlof schriftelijk aan het provinciecollege mede met vermelding van de aanvangs- en einddatum. De duur van het verlof is maximum 20 weken. Het verlof eindigt uiterlijk 20 weken na de geboorte of de adoptie.

§ 2. In het kader van een ziekte die een afwezigheid veroorzaakt, en die door een medisch attest van arbeidsongeschiktheid van minstens drie maanden wordt gestaafd, kan het provincieraadslid verlof nemen tijdens de hele duur die door het attest gedekt is. Het lid deelt zijn verlof schriftelijk aan het provinciecollege mede, vergezeld van het medisch attest.

§ 3. Het provincieraadslid van wie een lid van zijn gezin tot en met de tweede graad op basis van een medisch attest :

- aan een ziekte lijdt die een afwezigheid ingevolge arbeidsongeschiktheid van minstens drie maanden veroorzaakt;

- bijstand of verzorging vereist;

- een palliatieve verzorging nodig heeft,

kan verlof nemen tijdens de hele duur die door het attest gedekt is. Het lid deelt zijn verlof schriftelijk aan het provinciecollege mede, vergezeld van het medisch attest.

§ 4. Ter gelegenheid van een verblijf in het buitenland van minstens drie maanden en maximum één jaar in beroepsmatig verband, dat door zijn werkgever of in het kader van een vrij beroep of een activiteit als zelfstandige door een verklaring op erewoord bevestigd wordt, kan het provincieraadslid verlof nemen. Het lid deelt zijn verlof schriftelijk aan het provinciecollege mede, vergezeld van de bewijsstukken. Het verlof mag niet hoger zijn dan één jaar per mandaatperiode.

§ 5. Ter gelegenheid van een verblijf in het buitenland van minstens drie maanden en maximum één jaar in een academisch kader dat door zijn onderwijsinstelling wordt bevestigd, kan het provincieraadslid verlof nemen. Het lid deelt zijn verlof schriftelijk aan het provinciecollege mede, vergezeld van de bewijsstukken. Het verlof mag niet hoger zijn dan één jaar per mandaatperiode.

§ 6. Ter gelegenheid van de verloven bedoeld in de §§ 1 tot 5 gaat de provincieraad tot de vervanging van het provincieraadslid voor de duur van het verlof over indien de meerderheid van de leden van de fractie waartoe hij behoort, erom verzoekt.

Het lid wordt vervangen door de opvolger van zijn lijst en die als eerste gerangschikt is overeenkomstig artikel L4145-14, na onderzoek van diens geloofsbrieven door de provincieraad.

Indien een zetel permanent vacant wordt tijdens de in de paragrafen1 tot en met 5 bedoelde verlofperiode, verliest de in het vorig lid bedoelde plaatsvervanger automatisch zijn mandaat en wordt hij opgeroepen om permanent zitting te nemen. In dat geval kan de politieke fractie om vervanging verzoeken overeenkomstig de twee vorige leden.

§ 7. De §§ 1 tot 5 gelden vanaf de eerste vergadering van de provincieraad na die waarop het provincieraadslid dat verhinderd is, geïnstalleerd is.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<DWG 2018-03-29/18, art. 5, 067; Inwerkingtreding : 23-04-2018>
  • (2)<DWG 2018-07-17/04, art. 419, 074; Inwerkingtreding : 18-10-2018>
  • (3)<DWG 2024-03-28/59, art. 61, 113; Inwerkingtreding : 01-09-2024>