Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Code bruxellois de l'aménagement du territoire (CoBAT) · 9 APRIL 2004. - Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO)

Code bruxellois de l'aménagement du territoire (CoBAT) Art. 175/1

Afdeling VIII. — Onderafdeling I. [1 - Voorafgaande effectenbeoordeling van bepaalde projecten.]1

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

(oud artikel 127) § 1. Een voorafgaande effectenbeoordeling is vereist voor de openbare en particuliere projecten die onder meer door hun omvang, aard of ligging het leefmilieu of het stedelijk milieu ingrijpend kunnen aantasten, of die belangrijke sociale of economische gevolgen kunnen hebben.

Wanneer een project onderworpen aan een voorafgaande effectenbeoordeling in toepassing van deze afdeling ook het voorwerp moet uitmaken van een passende beoordeling van zijn effecten op een natuurreservaat, een bosreservaat of een Natura 2000-gebied in overeenstemming met de ordonnantie van ... betreffende het natuurbehoud, zal de milieueffectenstudie of het milieueffectenrapport de passende beoordeling die krachtens deze ordonnantie is vereist, omvatten.

§ 2. Onder " effecten van een project " verstaat men de aanzienlijke, rechtstreekse en indirecte, tijdelijke of permanente effecten op korte en lange termijn van dit project, met inbegrip van effecten die kunnen volgen uit de kwetsbaarheid van het project voor het risico van zware ongevallen en/of relevante rampen voor het betrokken project, op :

1° de bevolking en de volksgezondheid;

2° de biodiversiteit, met bijzondere aandacht voor de soorten en habitats die worden beschermd op grond van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, evenals Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand, beide omgezet door de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud;

3° land, bodem, water, lucht, klimaat, energieverbruik en geluid;

4° de materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap, met inbegrip van het onroerend erfgoed;

5° de stedenbouw, de globale mobiliteit en de sociale en economische domeinen;

6° de samenhang tussen de in de vorige punten genoemde factoren.

§ 3. ...

§ 4. Wanneer de administratie vaststelt dat het project dat wordt voorgelegd tot aanvraag van een attest of een vergunning belangrijke gevolgen kan hebben voor het leefmilieu van een ander Gewest, een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in een grensoverschrijdend verband, of wanneer een lidstaat die aanzienlijk kan benadeeld worden het vraagt, of in het geval bedoeld in artikel 6, § 5bis, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, wordt het aanvraagdossier samen met het voorafgaand milieueffectenrapport en eventuele informatie over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van dit andere Gewest, deze andere lidstaat van de Europese Unie of deze andere Staatmedeondertekenaar van het Verdrag van Espoo.

De Regering bepaalt :

1° de instanties die belast zijn met het overmaken van de documenten aan de in voorgaand lid bedoelde autoriteiten;

2° de modaliteiten volgens welke de bevoegde autoriteiten van Gewesten of Staten die getroffen kunnen worden, mogen deelnemen aan de evaluatieprocedure van de milieueffecten;

3° de modaliteiten volgens welke het aanvraagdossier samen met het voorafgaand milieueffectenrapport en eventuele informatie over de grensoverschrijdende effecten alsook de opvolgingsmodaliteiten, aan de in voorgaand lid bedoelde autoriteiten worden bekendgemaakt. "

4° de modaliteiten volgens dewelke de genomen beslissingen aangaande de vergunningsaanvragen worden medegedeeld aan de overheden vermeld in het vorig lid.

5° de modaliteiten volgens dewelke de overheden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dienen te handelen wanneer de uitvoering van een project op het grondgebied van een ander Gewest of een andere lidstaat belangrijke gevolgen kan hebben voor het leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

§ 5. De voorafgaande effectenbeoordeling kan rekening houden met de resultaten die beschikbaar zijn van andere, voorheen uitgevoerde relevante milieuevaluaties.

Daartoe :

1° laten de betrokken gewestelijke besturen de ontwerpers van de voorafgaande milieueffectenrapporten beschikken over de gegevens waarover zij zelf beschikken, meer bepaald voorafgaande milieueffectenrapporten die aan hen werden bezorgd in het raam van de behandeling van andere vergunningsaanvragen;

2° mogen de ontwerpers van voorafgaande milieueffectenrapporten zich niet verzetten tegen het hergebruik, in het raam van later volgende voorafgaande milieueffectenrapporten, van de informatie in de voorafgaande milieueffectenrapporten waarvan zij de ontwerpers zijn en die aan een vergunningsaanvraag werden toegevoegd.

De Regering kan de modaliteiten voor de aanwending van deze paragraaf uitvaardigen.

§ 6. De voorafgaande effectenbeoordeling in het kader van een vergunningsaanvraag is beperkt tot de specifieke aspecten van de aanvraag die niet al in aanmerking werden genomen wanneer de hierna volgende omstandigheden zich voordeden :

1° het beschouwde project situeert zich binnen de perimeter van een planologisch instrument of een stedenbouwkundige verordening die was onderworpen aan een milieueffectenrapport of binnen de perimeter van een verkavelingsvergunning die was onderworpen aan de voorafgaande effectenbeoordeling;

2° het beschouwde project is conform dit planologisch instrument, deze verordening of deze verkavelingsvergunning;

3° dit planologisch instrument of deze verordening is in werking getreden, of deze verkavelingsvergunning werd afgeleverd, minder dan vijf jaar vóór de indiening van de vergunningsaanvraag voor het beschouwde project.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<Ingevoegd bij ORD 2017-11-30/19, art. 109, 025; Inwerkingtreding : 01-09-2019>
  • Onderonderafdeling 1.2. [1 - Aanvragen onderworpen aan een effectenstudie.]1
  • (1)<Ingevoegd bij ORD 2017-11-30/19, art. 108, 025; Inwerkingtreding : 01-09-2019>