Code bruxellois de l'aménagement du territoire (CoBAT) Art. 175/16
Afdeling VIII. — Onderafdeling I. [1 - Voorafgaande effectenbeoordeling van bepaalde projecten.]1
(Oud artikel 143) Bij de vergunningsaanvraag voor ieder in bijlage B van dit Wetboek vermeld project, wordt een effectenrapport gevoegd, dat ten minste uit de volgende elementen bestaat :
1° een beschrijving van het project en van zijn doelstellingen, met informatie over de site, de conceptie, de afmetingen en andere relevante kenmerken van het project en van het bouwterrein, met inbegrip van het tijdschema voor de uitvoering;
2° een beschrijving van de vermoedelijke aanzienlijke milieueffecten van het project en van het bouwterrein, met inbegrip van de beschrijving van de elementen en het geografische gebied die effecten kunnen ondervinden;
3° een beschrijving van de kenmerken van het project en/of de geplande maatregelen om de vermoedelijke aanzienlijke negatieve milieueffecten van het project en van het bouwterrein te vermijden, te voorkomen of te beperken en indien mogelijk te compenseren;
4° een beschrijving van de redelijke alternatieven die de aanvrager heeft onderzocht met het oog op het project en zijn specifieke kenmerken, en een indicatie van de voornaamste redenen voor zijn keuze, gelet op de milieueffecten van het project en het bouwterrein;
5° het EPB-voorstel dat eventueel wordt geëist krachtens de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing;
6° wanneer deze vereist is, de gepaste effectenbeoordeling, opgelegd door de gewestelijke wetgeving aangaande het natuurbehoud;
7° alle aanvullende informatie, verduidelijkt in bijlage F van het Wetboek, afhankelijk van de specifieke kenmerken van het project of projecttype en van de milieuelementen die effecten zouden kunnen ondervinden. De bevoegde overheden kunnen deze aanvullende informatie eisen tijdens de behandeling van de vergunningsaanvraag indien zij van oordeel zijn dat deze informatie rechtstreeks nuttig is voor de beoordeling van de aanzienlijke milieueffecten van het project;
8° een niet-technische samenvatting van de bovenvermelde elementen;
9° de contactgegevens van de auteur van het effectenrapport en de elementen waaruit blijkt dat hij een bevoegd expert is.
De Regering kan de in het eerste lid bedoelde elementen nader bepalen en aanvullen; ze kan tevens de voorstellingsmodaliteiten van het effectenverslag bepalen.
De aanvrager kan, voorafgaandelijk aan de indiening van de aanvraag om attest of vergunning, de bevoegde overheid om advies vragen over de in het kader van de effectenevaluatieprocedure te verschaffen inlichtingen. Daartoe raadpleegt de bevoegde overheid het bestuur over de aard en de omvang van de vereiste inlichtingen. Het bestuur maakt zijn advies over aan de aanvrager en aan de bevoegde overheid binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag en de bevoegde overheid brengt haar advies uit binnen de vijfenveertig dagen na de ontvangst van de aanvraag. Bij ontstentenis van een advies van de bevoegde overheid binnen de toegestane termijn, baseert de aanvrager zich op het advies van het Bestuur.
Het feit dat de bevoegde overheid een advies heeft uitgebracht over de in het kader van de effectenevaluatieprocedure te verschaffen inlichtingen, belet de bevoegde overheid of de bestuursorganen die in de effectenevaluatieprocedure tussenbeide komen niet om de bouwheer later te vragen bijkomende inlichtingen voor te leggen.
In afwijking van het vierde lid mag het toepassingsgebied en het detailniveau van de informatie die in het kader van de effectenbeoordeling moet worden verstrekt, niet worden uitgebreid als gevolg van het uitgebrachte advies, in het geval van een project dat uitsluitend betrekking heeft op hernieuwbare energie.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij ORD 2017-11-30/19, art. 125, 025; Inwerkingtreding : 01-09-2019>
- (2)<BESL 2026-07-09/28, art. 3, 032; Inwerkingtreding : 20-08-2026>