Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 2.7.1.0.10
Hoofdstuk 7. - [1 Erfbelasting]1 — Afdeling 1. - [1 Belastbaar voorwerp]1
De in een testament of andere beschikking die uitwerking heeft bij het overlijden van de beschikker, door de erflater aan zijn erfgenaam, legataris of begiftigde opgelegde verbintenis om aan een met naam aangeduide derde een kapitaal of een rente te geven die in natura in de nalatenschap niet bestaat en in geld of in vervangbare zaken betaalbaar is, wordt voor de heffing van het successierecht als legaat beschouwd.
De aan een erfgenaam, legataris of begiftigde opgelegde verbintenis om ten bate van een ander iets te doen en in het bijzonder de last, opgelegd aan de erfgenamen, legatarissen of begiftigden, om de rechten en kosten die verbonden zijn aan een aan een andere persoon gedaan legaat, te dragen, worden niet beschouwd als legaat.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-12-19/97, art. 14, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2015>