Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 3.12.1.0.16
Hoofdstuk 12. - Verplichtingen van derden — Afdeling 1. - Notificatieverplichtingen van derden
§ 1. De notarissen die een akte of attest van erfopvolging moeten opmaken overeenkomstig artikel 4.59 van het Burgerlijk Wetboek, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de schulden van de overledene, zijn erfgenamen en legatarissen, van wie de identiteit vermeld is in de akte of het attest, of de begunstigden van een door hem gemaakte contractuele erfstelling, op voorwaarde dat die schulden het onderwerp kunnen uitmaken van een kennisgeving als vermeld in artikel 3.12.1.0.17 als ze daarvan geen bericht geven aan :
1° de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden;
2° het bevoegde personeelslid in het ambtsgebied van de woonplaats van de overledene en van de woonplaats of van de ...e zetel van de erfgenamen, de legatarissen of de begunstigden van een contractuele erfstelling conform de gestelde voorwaarden, als het bericht wegens overmacht of een technische storing niet kan worden meegedeeld op de wijze, vermeld in punt 1°. In dat geval moet het bericht met een aangetekende brief met ontvangstmelding worden verzonden.
Als het gaat om schulden ten laste van de overledene, is de aansprakelijkheid, vermeld in het eerste lid, beperkt tot de waarde van de nalatenschap. Als het gaat om schulden ten laste van de rechtverkrijgenden, is de aansprakelijkheid, vermeld in het eerste lid, beperkt tot de waarde van de tegoeden die toekomen aan de rechtverkrijgenden, van wie de identiteit vermeld is in de akte of het attest, en voor welke bedragen de notaris aansprakelijk kan worden gesteld.
Als die akte of dat attest niet wordt opgesteld binnen drie maanden na de verzending van het bericht, wordt ze als niet bestaand beschouwd.
Als hetzelfde bericht achtereenvolgens gegeven wordt op de wijze, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, zal het bericht dat opgesteld is conform het eerste lid, 2°, alleen primeren als de datum van toezending vroeger is dan de verzendingsdatum van het bericht dat wordt gegeven conform het eerste lid, 1°.
Als het bericht gegeven wordt op de wijze, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt onder de datum van verzending van het bericht verstaan de datum van de ontvangstmelding, meegedeeld door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie.
§ 2. Het bericht vermeldt de identiteit van de overledene, van de erfgenamen of legatarissen, alsook de eventuele begunstigde van een contractuele erfstelling.
Voor de toepassing van het eerste lid omvat de identiteit :
1° voor natuurlijke personen : de voornaam, de achternaam en, in voorkomend geval, het rijksregisternummer of het identificatienummer, vermeld in artikel 8 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid of, bij gebrek aan dat nummer, de geboortedatum;
2° voor een rechtspersoon, een trust, een fiduciaire of een soortgelijke rechtsvorm : de naam en zetel en, in voorkomend geval, het ondernemingsnummer.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-12-19/97, art. 267, 006; Inwerkingtreding : onbepaald>
- (2)<DVR 2021-04-02/14, art. 63, 048; Inwerkingtreding : onbepaald>
- (3)<DVR 2024-03-15/01, art. 17, 064; Inwerkingtreding : onbepaald>
Verwijst naar
Geciteerd door
- Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 3.12.1.0.17
- Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 3.12.1.0.18
- Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 3.12.1.0.20
- Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 3.12.1.0.21