Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé Art. 10/21
HOOFDSTUK III. [1 - Modaliteiten m.b.t. de berekening van de inkomsten]1 — Afdeling 1. [1 - Definitie van inkomsten]1
§ 1. Onverminderd de toepassing van paragraaf 2 worden alle inkomsten, ongeacht de aard of de herkomst ervan, waarover de aanvrager en in voorkomend geval de persoon met wie hij een huishouden vormt, beschikken, in aanmerking genomen voor de berekening van het in artikel 43/37, § 2, van de inkomsten van het gezin bedoeld in artikel 43/37, § 2, van het decreetgevend deel van het Wetboek.
§ 2. Voor de berekening van de inkomsten, wordt er geen rekening gehouden met :
1° de gezinsbijslagen;
2° de uitkeringen die verband houden met openbare of private bijstand;
3° de onderhoudsgelden tussen ascendenten en descendenten;
4° de frontstrepen- en gevangenschapsrenten alsmede de renten verbonden aan een nationale orde op grond van een oorlogsfeit;
5° de tegemoetkomingen aan personen met een handicap toegekend aan de persoon met wie de aanvrager een huishouden vormt krachtens de bepalingen van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap of de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan mindervaliden;
6° het vakantiegeld en het aanvullend vakantiegeld dat betaald wordt ten laste van de pensioenregeling voor de werknemers, de bijzondere bijslag die betaald wordt ten laste van de pensioenregeling der zelfstandigen evenals het vakantiegeld ten laste van de pensioenregeling van de openbare sector;
7° de vergoedingen die in het kader van de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen toegekend worden aan de persoon met wie de aanvrager een huishouden vormt;
8° het deel van het pensioen dat overeenstemt met het bedrag van het aan de echtgenoot of ex-echtgenoot betaalde onderhoudsgeld door de van tafel en bed gescheiden, de feitelijk of uit de echt gescheiden aanvrager die een pensioen geniet, indien de verplichting tot het betalen van het onderhoudsgeld bij gerechtelijke beslissing werd vastgesteld;
9° de vergoedingen die door de Duitse overheid bij wijze van schadeloosstelling worden betaald voor de gevangenhouding tijdens de tweede wereldoorlog;
10° de vergoedingen die worden toegekend overeenkomstig van de artikelen 10 en 11 van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers op voorwaarde dat die vergoedingen voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 10, lid 1 en 3, en artikel 11 van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers;
11° de vergoedingen toegekend krachtens de wet van 18 juli 2017 betreffende de oprichting van het statuut van nationale solidariteit, de toekenning van een herstelpensioen en de terugbetaling van medische zorg ingevolge daden van terrorisme.
§ 3. De in paragraaf 1 bedoelde inkomsten zijn de lopende inkomsten die op jaarbasis worden berekend.
Onder "lopende inkomsten" wordt verstaan de inkomsten die de aanvrager of degene met wie hij een huishouden vormt, ontvangt op de ingangsdatum van de aanvraag of op de eerste dag van de maand die volgt op de automatische heroverweging.
§ 4. In afwijking van paragraaf 3 wordt, wanneer een uitkering, bedoeld in artikel 43/38, § 3, van het decreetgevend deel van het Wetboek, wordt uitbetaald onder de vorm van een kapitalen of afkoopwaarden, de tegenwaarde daarvan in periodieke uitkering in aanmerking genomen ten belope van de lijfrente die verkregen wordt uit de omzetting tegen het procent dat in de tabel opgenomen in bijlage 1/2 is vermeld tegenover de volle leeftijd van de verkrijger op de datum van het feit dat heeft aanleiding gegeven tot de uitbetaling.
De verrekening gebeurt vanaf de ingangsdatum van het recht op de tegemoetkoming.
In de gevallen waarin het vonnis of de minnelijke schikking het gedeelte van het kapitaal dat aan de aanvrager wordt toegekend is bestemd niet nader bepaalt, geschiedt de omzetting in lijfrente op 30 pct. van het kapitaal dat als vergoeding aan de aanvrager wordt toegekend voor de vermindering van de zelfredzaamheid.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij BWG 2020-12-10/36, art. 2, 080; Inwerkingtreding : 01-01-2021>
- (2)<BWG 2024-03-28/56, art. 2, 118; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
Verwijst naar
- Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé Art. 10
- Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé Art. 43/37
- Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé Art. 43/38