Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé Art. 141
Afdeling 2. - Erkenning — Onderafdeling 1. - Erkenningsprocedure
De maatschappelijk werkers waarvan sprake in artikel 121, eerste lid, 1°, van het decreetgevend deel van het Wetboek zijn houder van één van de volgende academische graden :
1° in het hoger niet-universitaire onderwijs met volledig leerplan, categorie maatschappelijke opleidingen : Maatschappelijk assistent, bachelor - Maatschappelijk assistent, maatschappelijk adviseur, bachelor - Maatschappelijk adviseur, gediplomeerde in studies met specialisatie in sociaal beheer, Master sociale engineering en welzijn;
2° in het hoger niet-universitaire onderwijs met volledig leerplan, categorie economische opleidingen : Gegradueerde in de rechten, Bachelor in de rechten;
3° in het universitair onderwijs, vakgebied maatschappelijke wetenschappen : Licentiaat in de sociologie, Licentiaat in de sociologie en de antropologie, richting sociologie, Licenciaat in het maatschappelijk werk, Master in Sociologie, Licenciaat Politieke en Economische Wetenschappen, Master in Economische en Sociale Wetenschappen;
4° een buitenlands diploma hogere studies, evenwaardig aan één van voornoemde graden.
De houders van één van bovenvermelde academische graden, vallend onder de categorie economie/hogescholen, hoger onderwijs economie/sociale promotie, onder het vakgebied rechten/universiteit, dienen het bewijs voor te leggen van een aanvullende vorming in verband met deontologie van het maatschappelijk werk en budgetbegeleiding.
Het gebruik van mannelijke namen voor de verschillende academische graden is gemeenslachtig voor een betere tekstleesbaarheid, niettegenstaande de bepalingen van het decreet van de Franse Gemeenschap van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van de namen van beroep, ambt, graad of titel.
B. Specifieke modaliteiten voor privé-instellingen