Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C. bxl. logement · 17 JULI 2003. - Ordonnantie houdende de Brusselse Huisvestingscode (versie 2013 - tekst vervangen door erratum gepubliceerd in p. 47151-47212 van B.St. van 26-07-2013)

C. bxl. logement Art. 219

HOOFDSTUK II. [1 - Gemeenschappelijke regels voor alle woninghuurovereenkomsten]1 — Afdeling 2. [1 - Staat van het verhuurde goed]1

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

- Staat van het verhuurde goed

§ 1. De verhuurder is verplicht het verhuurde goed in alle opzichten in goede staat van onderhoud te leveren.

§ 2. De te huur aangeboden, verhuurde of bewoonde woning moet beantwoorden aan de elementaire vereisten van veiligheid, gezondheid en uitrusting van woningen bedoeld in artikel 4 of vastgesteld in uitvoering van deze bepaling, op straffe van de sancties bepaald in de artikelen 8 en 10.

Deze voorwaarde geldt op elk moment en bij het betrekken van de woning door de huurder voor goederen die worden verhuurd waar werken worden uitgevoerd.

In afwijking van het vorige lid dienen de goederen die te huur worden aangeboden, verhuurd worden of bewoond worden en die het voorwerp uitmaken van werken, aan de in het eerste lid vermelde vereisten te voldoen op het ogenblik dat de huurder of bewoner de woning betrekt.

§ 3. Onverminderd de in artikelen 8 en 10 bedoelde sancties, heeft de huurder, indien de voorwaarden van paragraaf 2 niet vervuld zijn, de keuze, wanneer de niet-naleving niet aan hem toe te schrijven is, ofwel de uitvoering te eisen van de werken die noodzakelijk zijn om het verhuurde goed in overeenstemming te brengen met de vereisten van paragraaf 2, ofwel de ontbinding van de huurovereenkomst te vragen met schadevergoeding.

In afwachting van de uitvoering van de werken, kan de rechter een vermindering van de huurprijs toestaan.

...

§ 4. Onverminderd alle schadevergoeding ten laste van de ene of de andere partij, wordt de bijbehorende huurovereenkomst die vóór het verbod gesloten is, wanneer een woning een verbod krijgt met toepassing van artikel 8, ... vervallen.

Onverminderd alle schadevergoeding ten laste van de verhuurder, is de huurovereenkomst ... nietig, indien de woning verhuurd wordt nadat een verbod op verhuur met toepassing van artikel 8 is opgelegd en zonder dat dit verbod opgeheven is.

De huurovereenkomst is evenwel niet nietig ... indien, bij het verstrijken van de termijn waarbinnen de Gewestelijke Inspectiedienst van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel zich moet uitspreken inzake de afgifte van het conformiteitscontroleattest, de verhuurder deze dienst heeft aangemaand om zich binnen een termijn van minimum zes weken uit te spreken en deze zijn beslissing niet kenbaar heeft gemaakt.

...

§ 5. De verslagen van de Gewestelijke Inspectiedienst zijn unilaterale, objectieve en technische vaststellingen over de staat van de woning waaruit blijkt of het goed al dan niet voldoet aan de elementaire vereisten inzake veiligheid, gezondheid of uitrusting voor woningen, bedoeld in artikel 4 of vastgesteld krachtens deze bepaling.

§ 6. In geval van ontbinding van de huurovereenkomst ten laste van de verhuurder, verval van de huurovereenkomst (op voorwaarde dat het verhuurverbod te wijten is aan een aan de verhuurder toe te rekenen fout) of nietigheid van de huurovereenkomst op grond van onbewoonbaarheid, kan de rechter de verhuurder verplichten de kosten van herhuisvesting van de huurder te dragen.

Deze kosten kunnen het volgende omvatten:

1° de kosten van de ontruiming van de woning;

2° de kosten van het vervoer van het meubilair;

3° de kosten van de installatie in de nieuwe woning;

4° het verschil tussen de oude en de nieuwe huur tot het bedrag van de niet-buitensporige huur voor een maximale periode van achttien maanden.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<Ingevoegd bij ORD 2017-07-27/15, art. 15, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  • (NOTA : bij arrest nr.101/2020 van 09-07-2020 (B.St. 24-09-2020, p. 68044), heeft het Grondwettelijk Hof § 5
  • van dit artikel vernietigd)
  • (2)<ORD 2018-12-21/73, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 01-09-2019>
  • (3)<ORD 2024-04-04/10, art. 16, 023; Inwerkingtreding : 01-11-2024>