C. bxl. logement Art. 41
HOOFDSTUK I. - De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (bghm) — Afdeling 3. - Opdrachten
In het raam van haar toezichthoudende opdracht, is de BGHM belast met de volgende taken :
1° de sociale huisvesting in elk van de negentien gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevorderen en de OVM's bijstaan;
2° de OVM's erkennen op grond van de voorwaarden vastgesteld in artikel 54 en ze adviseren en controleren;
3° met het oog op de organisatie van haar controletaken, technische richtlijnen opstellen voor de OVM's;
4° controle en administratief toezicht uitoefenen op de activiteiten en het beheer van de OVM's en meer bepaald erop toezien dat de wettelijke en verordenende normen die op de OVM's van toepassing zijn en de activiteiten van deze maatschappijen conform zijn, de rechtsgeldigheid controleren van de samenstelling en de werking van de organen van de OVM's, erop toezien dat de OVM's het algemeen belang, hun statuten en alle administratieve, boekhoudkundige, financiële voorschriften en de regels inzake sociaal beheer naleven die van toepassing zijn op hun werking , de vaststelling van de bezoldigingen en voordelen van de directeurszaakvoerders en de afdelingsdirecteurs, en hun activiteiten (hiertoe informeren de OVM's de BGHM over de aan hun bestuurders en directeuren toegekende vergoedingen) , met inbegrip van de bezoldigingen en voordelen van de directeurs-zaakvoerders en de afdelingsdirecteurs, erop toezien dat de OVM's de bepalingen naleven die van toepassing zijn op de investeringsprogramma's en die in deze Code of in iedere andere verordenende beschikking bedoeld worden en toezien op de effectieve toewijzing van de woningen aan de personen die voorkeurrechten genieten, zoals bedoeld in deze Code of in iedere andere verordenende beschikking.
Onverminderd de sancties bedoeld in de artikelen 78 en 80 van deze Code, kan de BGHM zich na twee opeenvolgende, bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs toegezonden waarschuwingen en nadat zij de OVM heeft gehoord, in haar plaats stellen wanneer deze de verplichtingen niet naleeft waartoe zij krachtens deze Code gehouden is;
5° binnen de perken van de begrotingskredieten, de OVM's de nodige financiële middelen ter beschikking stellen voor de verwezenlijking van hun doel en inzonderheid een solidariteitstoelage toekennen aan de OVM's die verlies lijden omdat huurders een te laag of geen inkomen hebben. Deze gewestelijke solidariteitstoelage dekt 75 % van het eventuele sociale tekort dat elke OVM voor het vorige jaar heeft opgelopen. Wat vastgoedinvesteringen betreft, legt de Regering de toekenningsvoorwaarden en de procedureregels vast;
6° in geval van bouw, telkens als het mogelijk is, ervoor te zorgen dat een beduidend aantal - minstens 30 % van de woningen binnen eenzelfde nieuw woningcomplex drie kamers of meer heeft;
7° op verzoek van de Regering of op eigen initiatief, voorstellen doen met betrekking tot de boekhouding en het financieel beheer van de OVM's;
8° op verzoek van de Regering of op eigen initiatief, adviezen geven over de werking van de OVM's;
9° jaarlijks, een verslag opstellen over de werking en de activiteiten van de OVM's van het Gewest. Dit verslag wordt voorgelegd aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement;
10° alle klachten onderzoeken in verband met de werking en de activiteiten van de OVM's overeenkomstig artikel 76;
11° binnen de OVM's de uitbouw van sociale relaties tussen de huurders en de maatschappij bevorderen. Daartoe bevordert zij onder meer de organisatie van een sociale dienst voor steun, aanmoediging en advies aan de huurders. In die context, stelt zij algemene regels op om de huurders te informeren en om de persoonlijke en collectieve verantwoordelijkheid van de huurders te bevorderen, inzonderheid de participatie, de sociale begeleiding, het betamelijke gebruik van de woning en de preventie van brand en koolstofmonoxidevergiftiging en de terbeschikkingstelling van de nodige infrastructuur;
12° de samenwerking tussen de OVM's organiseren of bevorderen ; deze kan met name de vorm aannemen van mutualiseringen, samenwerkingen of gezamenlijke overheidsopdrachten. Binnen de perken van de beschikbare begrotingen, kent de BGHM subsidies toe om die samenwerkingen aan te moedigen;
12°bis gecentraliseerde middelen en diensten ter beschikking stellen van de OVM's, welke aan die laatste kunnen worden opgelegd indien de BGHM hiertoe beslist, om ze deskundige ondersteuning te bieden bij de verwezenlijking van de specifieke opdrachten of om schaalvoordelen te bereiken door de harmonisering van de sectorale middelen en praktijken;
13° een cel voor de ontwikkeling en de bescherming van het cultuurpatrimonium van de OVM's oprichten die, onder de voorwaarden die de Regering bepaalt, belast wordt met het beheer van de gewestelijke investeringen met het oog op de ontwikkeling en de instandhouding van het cultuurpatrimonium van de OVM's;
14° overleg organiseren met de afgevaardigde ambtenaren van de Dienst Stedenbouw, met de afgevaardigde ambtenaren van de Dienst voor Monumenten en Landschappen en met de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen wanneer voor de werken die bij de OVM's moeten uitgevoerd worden het advies van de Commissie vereist is;
15° overleg organiseren met de OVM's binnen een beperkt comité voorgezeten door de voorzitter van zijn raad van bestuur en samengesteld uit vertegenwoordigers van de BGHM, van de minister en van de OVM's, die worden aangewezen door de federaties bedoeld in 2, Ї 1, 19°. De Regering stelt de praktische regels vast voor dat overleg, in de beheersovereenkomst bedoeld in artikel 43;
16° het toestaan en begeleiden van precaire terbeschikkingstellingen van woningen, waarvoor een renovatie werd geprogrammeerd en waarvan de bewoners desgevallend het voorwerp uitmaken van een maatschappelijke begeleiding die wordt gewaarborgd door een actor die geen deel uitmaakt van de OVM;
17° de geldigheid vaststellen of controleren van de statistische gegevens die worden verzameld in het technisch en energiekadaster van het patrimonium, volgens de door de beheersovereenkomst vastgestelde regels, en verzekeren dat deze gegevens worden meegedeeld aan de Regering.
18° de Projecten voor Sociale Cohesie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest omkaderen die worden gesubsidieerd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest binnen de grenzen van de bedragen die zijn opgenomen in de algemene uitgavenbegroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze PSC's vloeien voort uit een samenwerkingsverband tussen OVM's, vzw's en eventueel gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest teneinde acties op te zetten op woningsites die door de OVM's worden beheerd, om met name de participatieve dynamiek en de sociale cohesie te bevorderen tussen de huurders van deze woningen en tussen de bewoners van de wijken die onder het toepassingsgebied van de PSC's vallen, alsook tussen de huurders en de OVM.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<ORD 2013-07-26/02, art. 2; Inwerkingtreding : 09-09-2013>
- (2)<ORD 2013-07-26/02, art. 3; Inwerkingtreding : 09-09-2013>
- (3)<ORD 2018-04-19/08, art. 5, 006; Inwerkingtreding : 10-05-2018>
- (4)<ORD 2022-02-10/17, art. 3, 013; Inwerkingtreding : 24-03-2022>
- (5)<ORD 2023-12-22/30, art. 12, 018; Inwerkingtreding : 13-01-2024>
- (6)<ORD 2023-12-22/30, art. 13, 018; Inwerkingtreding : 13-01-2024>