Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco · 3 MEI 2019. - Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs

Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 2.6.1-2

BOEK II. - Gemeenschappelijke kern — TITEL IV. - Evaluatie van de gemeenschappelijke kern

Van krachtOfficiële tekst

FRNL (vertaling)

Artikel 2.6.1-2. § 1. Er wordt een Comité van toezicht op de referentiesystemen van de gemeenschappelijke kern opgericht met als opdracht de evaluatie van de manier waarop de implementatie van de referentiesystemen van de gemeenschappelijke kern op het terrein plaatsvindt en, als er problemen worden vastgesteld, aanbevelingen doen voor de ondersteuning van deze implementatie of in termen van aanpassingen van deze referentiesystemen. Het Comité van toezicht besteedt bijzondere aandacht aan de duurzaamheid van de referentiessytemen en aan de andere kwaliteiten waarnaar wordt verwezen in het Handvest van referentiesystemen bedoeld in artikel 1.6.2-1, § 2, eerste lid, 5°.

Om deze evaluatie uit te voeren, ontwikkelt het Comité van toezicht indicatoren en houdt het toezicht op de systemen van gegevensverzameling die door de Diensten van de Regering en de Algemene inspectiedienst worden geïmplementeerd, met name met betrekking tot de maatregelen die zijn ingesteld om steun voor de meest kwetsbare schoolgroepen te garanderen.

§ 2. Het Comité van toezicht wordt voorgezeten door de Administrateur-generaal van de Algemene Administratie Onderwijs of een door hem aangewezen persoon. Het wordt samengesteld als volgt :

1° vijf vertegenwoordigers van de Administratie belast met de sturing van het onderwijssysteem, van wie er één of meer ook lid is/zijn van de Commissie voor referentiesystemen en programma's van de gemeenschappelijke kern bedoeld in artikel 1.6.2-1, § 1;

2° drie vertegenwoordigers van de Algemene Inspectiedienst, van wie één of meer ook lid is/zijn van de Commissie voor referentiesystemen en programma's van de gemeenschappelijke kern bedoeld in artikel 1.6.2-1, §1;

3° een vertegenwoordiger van de Minister van Onderwijs;

4° vijf vertegenwoordigers van de inrichtende machten, waaronder :

a. een vertegenwoordiger van de inrichtende machtenbedoeld in artikel 1.6.5-2, § 1, vijfde lid, 3° ;

b. een vertegenwoordiger van de inrichtende machten bedoeld in artikel 1.6.5-2, § 1, vijfde lid, 4° ;

c. een vertegenwoordiger van de inrichtende machten bedoeld in artikel 1.6.5-2, § 1, vijfde lid, 1° ;

d. een vertegenwoordiger van de inrichtende machten bedoeld in artikel 1.6.5-2, § 1, vijfde lid, 2° ;

e. een vertegenwoordiger van "Wallonie-Bruxelles Enseignement" ;

5° drie deskundigen uit instellingen voor hoger onderwijs met ervaring of vaardigheden in gegevensverzameling en -analyse, veranderingsmanagement of evaluatie van overheidsbeleid. Deze leden mogen geen lid zijn van de Commissie voor referentiesystemen en programma's ;

6° twee deskundigen van instellingen voor hoger onderwijs met ervaring of vaardigheden op het gebied van lesgeven en de vakken die in de referentiesystemen van de gemeenschappelijke kern worden onderwezen. Deze leden mogen geen lid zijn van de Commissie voor referentiesystemen en programma's.

De leden van het Comité van toezicht bedoeld in het eerste lid, 5° en 6°, worden aangesteld door de Regering op voordracht van ARES.

De reiskosten van de leden bedoeld in het eerste lid, 4°, 5° en 6° worden terugbetaald volgens de nadere regels vastgesteld door de Regering.

De regering stelt de leden aan en bepaalt de nadere regels voor de werking van het Comité van toezicht, met inbegrip van de methodologie voor het verzamelen van gegevens en de categorieën indicatoren.

§ 3. Vanaf het schooljaar 2023-2024, en ten minste tot 2030, stelt het Comité van toezicht bedoeld in § 1 een tweejaarlijks verslag op dat het Comité aan de Regering zendt. Het eerste verslag zal in december 2024 doorgestuurd worden.

Het Comité van toezicht kan aanbevelingen doen die het naar de regering doorstuurt.

§ 4. Het verslag en de aanbevelingen van het Comité van toezicht worden ook doorgestuurd naar de Sturingscommissie (COPI), waarnaar wordt verwezen in artikel 1.6.1-1, naar de Coördinatiecommissie voor initiële leerkrachtenopleiding in het leerplichtonderwijs, het Volwassenenonderwijs en het kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan (COCOFIE), waarnaar wordt verwezen in artikel 7 van het decreet van 7 februari 2019 tot bepaling van de initiële opleiding van de leerkrachten, en naar de Raad voor de voortgezette beroepsopleiding (COFOPRO), waarnaar wordt verwezen in artikel 6.1.5-2 van het Wetboek.

Binnen drie maanden na ontvangst van een verslag of aanbeveling van het Comité van toezicht zal de COPI een advies over het verslag of de aanbeveling aan de regering voorleggen. Het advies kan, indien gewenst, ook betrekking hebben op andere voorstellen. Dit COPI-verslag wordt ook naar COCOFIE en COFOPRO gestuurd.

De instanties die vertegenwoordigd zijn in COPI, COCOFIE en COFOPRO kunnen op eigen initiatief contact opnemen met het Comité voor toezicht op de referentiesystemen om een bijzondere situatie met betrekking tot de implementatie van de referentiesystemen onder de aandacht van dit comité te brengen.

§ 5. Wanneer het verslag en de aanbevelingen van het Comité van toezicht actievoorstellen bevatten, kan de Regering deze geheel of gedeeltelijk uitvoeren en zal zij, in voorkomend geval, overleg plegen met de inrichtende macht van het georganiseerd onderwijs en de federaties van inrichtende machten.

Indien het verslag of de aanbevelingen een of meer suggesties voor wijzigingen van de referentiesystemen bevatten, kan de Regering, mede op basis van het advies van de COPI en indien zij dit relevant acht, de Commissie voor referentiesystemen en programma's bedoeld in artikel 1.6.2-1, opdragen wijzigingen aan te brengen, overeenkomstig de procedure omschreven in artikel 1.6.2-1, vijfde lid.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<Ingevoegd bij DFG 2024-04-18/23, art. 3, 033; Inwerkingtreding : 17-05-2024>
  • (2)<BFG 2025-07-18/42, art. 125, 042; Inwerkingtreding : 25-08-2025>