Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES Art. 3
Hoofdstuk 2 Bewapening en overige uitrusting
1 De bewapening van de aspirant bestaat in het gedeelte van de opleiding dat in het korps wordt doorgebracht tijdens de uitoefening van de dienst uit: a. een korte wapenstok; b. pepperspray en nazorgmiddelen;
2 De korpsbeheerder kan de aspirant, bedoeld in het eerste lid, mede bewapenen met een pistool of een revolver met de daarbij behorende munitie.