Beleidsregel van de Stichting Nationale en Internationale We Art. 9
Paragraaf 2 Te plegen strafbare feiten
Als strafbare feiten, bedoeld in artikel 8 kunnen in ieder geval worden aangemerkt:
1. De commune delicten uit het Wetboek van Strafrecht : a. deelneming aan een criminele organisatie ( 140 WvSr ), voor zover het betreft organisaties die zich schuldig hebben gemaakt aan de in dit artikel genoemde strafbare feiten; b. omkoping van of dwanguitoefening op een ambtenaar, bestuurder en beëdigd beambte ( 177 , 179 , 183 eerste lid, WvSr ); c. omkoping van een rechter ( 178 WvSr ); d. mensensmokkel ofwel het behulpzaam zijn bij het onrechtmatig toegang verschaffen tot een land binnen de Europese gemeenschap (179a WvSr), e. slavenhandel ( 267 WvSr ); f. mensenhandel, specifiek het vervoeren van personen die worden bewogen tot seksuele handelingen met derden tegen betaling ( 250a, eerste lid, sub 2 WvSr ), g. mensenroof ( 278 WvSr ); h. schaking ( 281 WvSr ); i. wederrechtelijke vrijheidsberoving ( 282 , 283 ) en gijzeling ( 282a WvSr ); j. beroepshalve verduistering ( 322 WvSr ); k. de aflevering van vervalste voedselwaren en geneesmiddelen ( 330 WvSr ) en het plegen van bedrieglijke handelingen bij de levering van materialen ( 331, lid 2, WvSr ); l. het in-, door- of uitvoeren, afleveren en in voorraad hebben van valse waren of merken ( 337, eerste lid, WvSr ), in het bijzonder het plegen beroepshalve (337, lid 2, WvSr); m. opzetheling ( 416 ) en schuldheling ( 417bis WvSr ); n. de medeplichtigheid aan of poging tot het begaan van onder b tot en met m genoemde strafbare feiten. 2. De delicten uit de Wet wapens en munitie : Het vervoeren, doen binnenkomen of doen uitgaan van wapens van categorieën I, II en III ( 13, eerste lid ; 22, eerste lid, WWM ). 3. De delicten uit de Opiumwet : a. het importeren, exporteren, verwerken, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben van verboden middelen ( 2, eerste lid, onder A, B, C en D en 3, eerste lid, onder A, B, C en D Opiumwet ); b. het medeplichtig zijn aan of op enigerlei wijze behulpzaam zijn bij de onder a bedoelde handelingen ( 10a, eerste lid Opiumwet ). 4. De delicten uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen : a. het opzettelijk of met grove schuld ontduiken van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting , Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen ( artikelen 67, onder e, Awr ); b. het opzettelijk of met grove schuld niet of niet tijdig betalen van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting , Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen ( artikelen 67, onder f, Awr ). 5. De delicten uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen : c. het is verboden de handelingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid , te verrichten ten aanzien van gevaarlijke stoffen en vervoermiddelen die zijn aangewezen ingevolge artikel 3, onderdeel a ( artikel 4, WVGS ); d. het is verboden de handelingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid , te verrichten ten aanzien van gevaarlijke stoffen en vervoermiddelen die zijn aangewezen ingevolge artikel 3, onderdeel b , anders dan met inachtneming van de in dat onderdeel bedoelde regels ( artikel 5, WVGS ).