Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de Art. 7Vrijstelling oefeningen van militaire helikopters met niet-vliegende eenheden
Paragraaf 1 Minimum VFR-vlieghoogte
Het vliegen met militaire helikopters, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse en bondgenootschappelijke strijdkrachten geschiedt, indien zij oefenen in het kader van operaties met niet-vliegende eenheden en binnen de grenzen van militaire oefenterreinen en militaire oefengebieden of tijdelijke gebieden met beperkingen VFR-vluchten uitvoeren, onder de volgende beperkingen:
a. de minimum vlieghoogte bedraagt 30 meter (100 voet) boven hindernissen of zoveel lager als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is; b. voor vluchten binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, een tijdelijk gebied met beperkingen of in de omgeving van een burgerluchtvaartterrein is vooraf toestemming vereist van de betrokken luchtverkeersleidingsdienst; c. voor vluchten binnen een van de gebieden of route, bedoeld in artikel 9, eerste lid , is vooraf toestemming vereist van de Commandant van het Defensie Helikopter Commando van het Commando Luchtstrijdkrachten; d. het overvliegen van bebouwing, met name ziekenhuizen en sanatoria, wordt zoveel mogelijk vermeden.