Remigratiewet ст. 6
Hoofdstuk II Voorzieningen ten behoeve van remigratie
1 Het recht op de remigratievoorzieningen van de remigrant eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de remigrant zijn hoofdverblijf wederom in Nederland heeft.
2 Het recht van de partner op de voorzieningen, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid , eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de partner zijn hoofdverblijf in Nederland heeft.
3 Het recht van het kind op de voorzieningen, bedoeld in artikel 5, derde lid , eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin het kind zijn hoofdverblijf in Nederland heeft.
История изменений
- In werking sinds 2014-07-01