Besluit studiefinanciering 2000 · Besluit studiefinanciering 2000
Besluit studiefinanciering 2000 ст. 6Algemeen
Hoofdstuk 3 Weigerachtige of onvindbare ouders
1 Aanspraak op aanvullende beurs als bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, van de wet , voor wat betreft de aanvullende lening die voortvloeit uit de veronderstelde ouderlijke bijdrage van de weigerachtige of onvindbare ouder, bestaat in ieder geval, indien: a. sprake is van een ernstig en structureel conflict tussen ouder en student, b. het gezag van de ouder is beëindigd op grond van artikel 266 of 267 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek , c. de student geen contact met de ouder heeft, d. sprake is van voor de student niet inbare alimentatie als bedoeld in titel 17 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek , of e. gegevens over de verblijfplaats van de ouder niet kunnen worden achterhaald.
2 Een aanvraag als bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, van de wet wordt niet in behandeling genomen indien deze betrekking heeft op: a. een periode die meer dan twee jaar voor het moment van aanvragen ligt, of b. een periode waarover geen aanvullende beurs is aangevraagd.
История изменений
- In werking sinds 2020-08-01