Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineer ст. 11a
Hoofdstuk IIIa Toewijzing verblijfsruimte in inrichting of afdeling
1 De directeur kan een gedetineerde die in een gemeenschapsregime is geplaatst, een voor de gemeenschappelijke onderbrenging van gedetineerden bestemde verblijfsruimte toewijzen, tenzij de gedetineerde daarvoor ongeschikt wordt geacht.
2 Ongeschiktheid van een gedetineerde als bedoeld in het eerste lid kan samenhangen met: a. diens psychische gestoordheid; b. diens verslavingsproblematiek; c. diens gezondheidstoestand; d. diens gedragsproblematiek; e. de achtergrond van het door hem gepleegde delict; f. de aan hem opgelegde beperkingen.
История изменений
- In werking sinds 2021-07-01