Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal · Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal
Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal ст. 9a
Hoofdstuk III Erkenning en vergunning
1 In afwijking van artikel 9, eerste lid , geschiedt de verkrijging van organen en postmortale weefsels uitsluitend door een verkrijgingsorganisatie, die daartoe een erkenning van Onze Minister behoeft.
2 Een erkenning wordt geweigerd, indien: a. een doelmatige voorziening in de behoefte aan organen of postmortale weefsels als bedoeld in artikel 9, vierde lid, onder a , niet gebaat is bij de verlening van de erkenning; b. geen samenwerkingsovereenkomst is gesloten met het orgaancentrum; c. het doel van de rechtspersoon blijkens de statuten is het doen van uitkeringen aan oprichters of aan hen die deel uitmaken van haar organen noch ook aan anderen; d. de rechtspersoon gelieerd is aan een rechtspersoon die handelingen verricht met het door de verkrijgingsorganisatie verkregen lichaamsmateriaal en daarmee winst nastreeft.
3 Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, wordt een erkenning voor de verkrijging van postmortale weefsels geweigerd, indien: a. de rechtspersoon in het bezit is van een erkenning als weefselinstelling; b. de rechtspersoon niet alle typen postmortale weefsels verkrijgt die op de mens kunnen worden toegepast.
4 Een verkrijgingsorganisatie verkrijgt van een door het orgaancentrum geselecteerde donor het type postmortale orgaan en postmortale weefsel waarvan het orgaancentrum heeft bepaald dat het verkregen mag worden.
5 Onze Minister kan, in het belang van de leveringscontinuïteit van lichaamsmateriaal, ontheffing verlenen van het eerste lid.
История изменений
- In werking sinds 2026-07-01