Spoorwegwet ст. 77
§ 3 Bestuursrechtelijke handhaving
1 Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de artikelen 26a, eerste, tweede en vierde lid , 26c , 26ca, derde lid , 26k, eerste lid , 26q, eerste en tweede lid , 26r, vierde lid , 26s, tiende lid , 26y , 26aa, derde lid, laatste volzin, en vijfde lid , 51, vierde lid , 53 , 65, tweede lid , 74a , 96, tweede lid , en 96a , alsmede ter zake van de overtreding van de krachtens de hoofdstukken 1 , 2 , 2a en de artikelen 35 , 64, tweede lid , 65, eerste lid , 81, tweede lid , en hoofdstuk 6, paragraaf 9 vastgestelde voorschriften, voor zover die overtreding daarbij uitdrukkelijk als beboetbaar feit is aangemerkt.
2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
3 Een overtreding die krachtens het eerste lid als beboetbaar feit is aangemerkt, wordt niet tevens als strafbaar feit krachtens artikel 87, eerste lid , aangemerkt.
История изменений
- In werking sinds 2024-01-01