Spoorwegwet ст. 87
§ 4 Strafrechtelijke handhaving
1 Overtreding van artikel 4, vierde lid , en artikel 22, eerste lid, onderdelen c en d , voor zover die overtreding daarbij uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.
2 Overtreding van de artikelen 3 en 22, eerste lid, onderdelen a en b , alsmede overtreding van de krachtens hoofdstuk 6, paragraaf 9 , vastgestelde voorschriften, voor zover die overtreding daarbij uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.
3 Overtreding van artikel 4, eerste, tweede en derde lid , artikel 88, derde lid , artikel 89, tweede, zesde, achtste en negende lid , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.
4 Bij veroordeling van een persoon die een veiligheidsfunctie uitoefent, wegens overtreding van artikel 4, eerste of tweede lid , kan hem de bevoegdheid tot het uitoefenen van die functie voor ten hoogste vijf jaren worden ontzegd.
5 Een overtreding die krachtens het eerste lid als strafbaar feit is aangemerkt, wordt niet tevens als beboetbaar feit krachtens artikel 77, eerste lid , aangemerkt.
6 De feiten strafbaar gesteld bij dan wel krachtens de in het eerste en tweede lid bedoelde bepalingen zijn overtredingen. De in het derde lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
История изменений
- In werking sinds 2024-01-01