Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën B en E b ст. 6
De in artikel 3, onder p , bedoelde bijzondere verrichtingen bestaan voor de categorie B uit:
a. het op juiste en veilige wijze in- of uitstappen; b. het in een rechte lijn achteruit rijden; c. het achteruitrijden van aangegeven bochten (bocht achteruit); d. het parkeren van het voertuig in een haaks of schuin parkeervak ; e. het op juiste wijze parkeren van het voertuig op een evenwijdig ten opzichte aan de weg gelegen parkeerruimte (file parkeren); f. het op juiste wijze keren van het voertuig door middel van steken op een niet te brede weg (straatje keren); g. het met het voertuig maken van een halve draai in een vloeiende beweging binnen een beperkte ruimte (keren); h. het voertuig op juiste wijze op een helling tot stilstand brengen en weer optrekken (hellingproef); i. het na afloop van de rit uitvoeren van de noodzakelijke controlehandelingen om het voertuig veilig achter te kunnen laten.