Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veilighei ст. 9
1 Onze Minister neemt een beschikking tot verlening van de uitkering binnen acht weken na het tijdstip waarop de aanvraag door hem is ontvangen.
2 In een geval als bedoeld in artikel 5, derde lid , wordt de datum van inwerkingtreding van dit besluit aangemerkt als het tijdstip van de ontvangst van de aanvraag.
3 Onze Minister neemt een beschikking tot verlening van de onderdelen Q respectievelijk R, bedoeld in artikel 4, eerste lid , van de uitkering binnen acht weken na het tijdstip waarop de aanvraag door hem is ontvangen.
4 De beschikking tot verlening van de uitkering vermeldt de wijze waarop het bedrag van de uitkering wordt bepaald.
5 Voor het bepalen van de hoogte van onderdeel Q, bedoeld in artikel 4, eerste lid , van de uitkering wordt met betrekking tot: a. het deel, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 1° , een vast bedrag vermeld, bestaande uit: 1°. het bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel o, onder 4° ; 2°. een door Onze Minister te bepalen bedrag ten behoeve van de door de gemeente te verstrekken informatie aan (potentiële) inburgeringsplichtigen omtrent het inburgeringsstelsel van de Wet inburgering ; b. het deel, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 2° , voor zover betrekking hebbende op prestaties op grond van de Wet inburgering , in plaats van van de bijdragevergoedingen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 2° , uitgegaan van voorschotvergoedingen, waarvan de hoogte wordt bepaald volgens bij regeling van Onze Minister te stellen regels.
6 Voor het bepalen van de hoogte van onderdeel R, bedoeld in artikel 4, eerste lid , van de uitkering wordt uitgegaan van voorschotvergoedingen, waarvan de hoogte wordt bepaald volgens bij regeling van Onze Minister te stellen regels.
7 De uitkering wordt verleend onder de voorwaarde dat door de begrotingswetgever voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.
История изменений
- In werking sinds 2008-03-26