Regeling vaststelling subsidieplafond sanering verkeerslawaa ст. 4
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan van artikel 3, tweede lid, onder a, b en c , afwijken, indien:
a. het gevolg van die afwijking is dat projecten vanuit het oogpunt van doelmatigheid en kostenbeheersing gezamenlijk uitgevoerd worden met andere werken aan de (spoor)weg; b. dit, gelet op het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard; c. toepassing wordt gegeven aan artikel 1a van het Besluit geluidhinder spoorwegen ; d. toepassing wordt gegeven aan artikel 99a van de Wet geluidhinder .