Wet op de bijzondere opsporingsdiensten · Wet op de bijzondere opsporingsdiensten
Wet op de bijzondere opsporingsdiensten ст. 11
Hoofdstuk IV Organisatie en beleid
1 Jaarlijks stellen Onze betrokken Minister en het College van procureurs-generaal voor het komende jaar, met inachtneming van de hoofdlijnen van het beleid met betrekking tot de taakuitoefening door de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 10 , een handhavingsarrangement vast, waarin de wederzijdse afspraken over opsporing en afhandeling van de opsporingsonderzoeken zijn opgenomen.
2 Onze betrokken Minister en het College van procureurs-generaal stellen jaarlijks een jaarverslag vast over de verwezenlijking van de afspraken in het handhavingsarrangement.
3 Onze betrokken Minister zendt het jaarverslag na de vaststelling ervan aan de Staten-Generaal.