Vrijstellingsregeling Wft · Vrijstellingsregeling Wft
Vrijstellingsregeling Wft ст. 20
§ 3.2 Aantrekken van opvorderbare gelden van het publiek
Van artikel 3:5, eerste lid, van de wet , zijn vrijgesteld stichtingen die:
a. als enige activiteit hebben het tijdelijke beheer van de opvorderbare gelden ten behoeve van de rechthebbenden of degenen die zullen blijken de rechthebbenden te zijn; en b. uitsluitend werkzaam zijn voor advocaten die niet zelf gerechtigd zijn tot de opvorderbare gelden, hetgeen uit een schriftelijke overeenkomst tussen de desbetreffende stichtingen en de betrokken advocaten blijkt.