Wet handhaving consumentenbescherming · Wet handhaving consumentenbescherming
Wet handhaving consumentenbescherming ст. 3.12
§ 5 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
1 De krachtens artikel 13, eerste lid, van de Tabaks- en rookwarenwet benoemde ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen inzake inbreuken binnen de Unie voor welke de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit als bevoegde autoriteit is aangewezen.
2 Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, indien naar zijn oordeel een inbreuk binnen de Unie op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel f van de bijlage bij deze wet heeft plaatsgevonden: a. een bestuurlijke boete opleggen; b. een last onder dwangsom opleggen.
3 De artikelen 2.24 , 3.2, tweede lid , 3.4, zesde en zevende lid , en 3.4a zijn van overeenkomstige toepassing.
4 Artikel 11b, tweede lid, van de Tabaks- en rookwarenwet is van overeenkomstige toepassing.
5 De artikelen 2.2a en 2.7 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van inbreuken of inbreuken binnen de Unie op bepalingen waarvoor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit krachtens artikel 3.7 is aangewezen als bevoegde autoriteit, met dien verstande dat voor «de Autoriteit Consument en Markt» wordt gelezen «de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport».
История изменений
- In werking sinds 2021-07-01