Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht ст. 178
Hoofdstuk 3 Slotbepalingen
De Wet van 6 december 1999, houdende bepalingen ter vrijwaring van kredietinstellingen en andere financiële instellingen tegen aansprakelijkheid in verband met maatregelen die samenhangen met sluiting van betalings- en effectenafwikkelsystemen op 31 december 1999 (Stb. 589), de Wet financiële dienstverlening , de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen , de Wet toezicht beleggingsinstellingen , de Wet toezicht effectenverkeer 1995 , met uitzondering van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1, onderdelen a, e, n, o en p , 2 , 5a , met dien verstande dat voor «artikel 5» wordt gelezen « artikel 5:24 van de Wet op het financieel toezicht », 6a , met dien verstande dat voor «op grond van artikel 22 erkende effectenbeurs» wordt gelezen «markt in financiële instrumenten waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht », 6b, 6c, 28, eerste tot en met het derde lid , 29, eerste lid, onderdeel o, tweede en derde lid , 31 , 44 en 67 , alsmede de hoofdstukken IX , XIIA , XIIB en XIIC, de Wet toezicht kredietwezen 1992 , de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 worden ingetrokken.