Pensioenwet ст. 196Uitvoering grensoverschrijdende activiteit
§ 7.4 Handhaving
1 Een pensioenfonds kan na ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 195, derde lid , dan wel nadat zes weken zijn verstreken na ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 195, tweede lid , beginnen met het uitvoeren van de voorgenomen pensioenregeling.
2 Het pensioenfonds neemt bij de uitvoering van de pensioenregeling de op bedrijfspensioenvoorziening toepasselijke sociale en arbeidswetgeving en de voorschriften die krachtens titel IV van richtlijn 2016/2341 /EU moeten worden nageleefd, in acht. De Nederlandse sociale en arbeidswetgeving is niet van toepassing op de uitvoering van de pensioenregeling.
История изменений
- In werking sinds 2019-01-13