Regeling commissie van toezicht detentieplaatsen Koninklijke ст. 3
1 Een lid van de commissie wordt door de beheerder tussentijds ontslagen: a. op eigen verzoek; b. bij aanvaarding van een ambt of betrekking, onverenigbaar met het lidmaatschap van de commissie; c. wanneer hij naar het oordeel van de beheerder door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.
2 Aan een lid kan door de beheerder tussentijds ontslag worden verleend bij het verlies van de hoedanigheid of beëindiging van de ambtsvervulling in verband waarmee de benoeming heeft plaatsgevonden.
3 Hangende de procedure voor ontslag kan de beheerder het lid in de uitoefening van zijn functie schorsen.