Algemene douanewet · Algemene douanewet
Algemene douanewet ст. 1:23
Paragraaf 1.2.4 Overige bepalingen inzake douanetoezicht en douanecontrole
1 De inspecteur is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur of dieren elke plaats te betreden.
2 Hij is bevoegd zich te doen vergezellen door personen die daartoe door hem zijn aangewezen.
3 Het betreden van een woning zonder toestemming van de bewoner mag slechts door ambtenaren die deze bevoegdheid door de inspecteur toegekend hebben gekregen.
4 De inspecteur is bevoegd tot het geven van een machtiging als bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden .
5 Ten aanzien van woningen op of in vervoermiddelen zijn de artikelen 5, eerste lid , en 7 van de Algemene wet op het binnentreden niet van toepassing.