Правовая библиотека и анализ дел · Австрия · Бельгия · Европейский союз
LAWxPERT Вход Бесплатная учётная запись

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009 · Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009 ст. 8Verantwoordelijkheden (programma-)directeuren-generaal en inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie

Hoofdstuk 3 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden secretaris-generaal, plaatsvervangend secretaris-generaal, (programma-)directeuren-generaal en inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie

ДействуетОфициальный текст

1 Elke (programma-)directeur-generaal en de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie geven rechtstreeks leiding aan de hoofden van de organisatieonderdelen welke ingevolge artikel 2 rechtstreeks onder elk van hen ressorteren.

2 Elke (programma-)directeur-generaal stelt de jaarplannen vast van de onder elk van hen ressorterende organisatieonderdelen. De inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie stelt een jaarplan voor de gehele Nederlandse Arbeidsinspectie vast. Gegeven het budget dat door de secretaris-generaal aan de betreffende (programma-)directeur-generaal respectievelijk de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie ter beschikking is gesteld, kennen de (programma-)directeuren-generaal en de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie aan de functionarissen die leiding geven aan de onder hen ressorterende organisatieonderdelen, de budgetten toe waarover zij mogen beschikken. De (programma-)directeuren-generaal bewaken de voortgang van de uitvoering van jaarplannen van de onder hen ressorterende organisatieonderdelen. De inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie bewaakt de voortgang van de uitvoering van het jaarplan van de gehele Nederlandse Arbeidsinspectie.

3 De (programma-)directeuren-generaal zijn verantwoordelijk voor: a. het bij schriftelijk besluit toedelen van taken aan de onder hen ressorterende organisatieonderdelen en aan de functionarissen die leiding geven aan deze organisatieonderdelen; b. de personeelsaangelegenheden van de functionarissen die onder hen ressorteren, voor zover dit niet ingevolge artikel 4, vierde lid , aan de secretaris-generaal is opgedragen; c. de werkgeversverplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden ten aanzien van de onder hen ressorterende organisatieonderdelen, met uitzondering van de bij de plaatsvervangend secretaris-generaal belegde centraal georganiseerde werkgeversverplichtingen; d. het zorgdragen voor toedeling van de in onderdeel c bedoelde verantwoordelijkheid aan onder hen ressorterende functionarissen, voor zover deze functionarissen als bestuurder in de zin van artikel 1 van de Wet op de ondernemingsraden optreden; e. het adviseren van de bewindspersonen ten aanzien van hun eigen werkterrein en het attenderen van de bewindspersonen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten ten aanzien van dat werkterrein; f. het rapporteren aan de secretaris-generaal over de uitvoering van de jaarplannen betreffende de onder hen ressorterende organisatieonderdelen; g. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van de onder hen ressorterende functionarissen; h. het materieel beheer overeenkomstig de Regeling materieelbeheer rijksoverheid 2006 en de Regeling materieelbeheer museale voorwerpen .

4 Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie, met dien verstande dat hij voor de toepassing van onderdeel f verantwoordelijk is voor het rapporteren aan de secretaris-generaal over de uitvoering van het jaarplan van de gehele Nederlandse Arbeidsinspectie.

История изменений
  • In werking sinds 2024-09-19