Regeling optische en geluidssignalen 2009 · Regeling optische en geluidssignalen 2009
Regeling optische en geluidssignalen 2009 ст. 7
De signalen op motorvoertuigen die op 1 maart 2009 waren voorzien van blauw zwaai- of knipperlicht en een twee- of drietonige hoorn of van geel zwaai- of knipperlicht, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van de Regeling optische en geluidssignalen , zoals die regeling luidde op 28 februari 2009, zijn in afwijking van artikel 5, eerste, tweede en vijfde lid , als volgt uitgevoerd:
a. het blauwe zwaai-, flits- of knipperlicht is rondom zichtbaar; b. het geel zwaai-, flits- of knipperlicht is rondom zichtbaar; c. de hoorn is tweetonig en geeft achtereenvolgens de tonen b en e aan, waarbij de geluidssterkte van elke toon bij dag ten minste 110 db(A) en ’s nachts ten minste 100 db(A) is, met een maximale geluidssterkte van 125 db(A); de meting van de geluidssterkte van de hoorn vindt plaats overeenkomstig hoofdstuk 11 van de Regeling toelatingseisen , zoals die regeling luidde op 30 april 2009, waarbij de geluidssterkte vanaf het wegdek wordt gemeten.
История изменений
- In werking sinds 2015-04-01