Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten ст. 16
Hoofdstuk 4 Rechtspositionele aspecten
1 De procureur-generaal en de advocaat-generaal worden benoemd, geschorst en ontslagen bij koninklijk besluit.
2 Indien de plaats van procureur-generaal of advocaat-generaal openvalt, nodigen Onze Ministers het Hof en de procureur-generaal uit gezamenlijk een aanbeveling voor benoeming te doen. De aanbeveling bevat de namen van ten hoogste drie kandidaten.
3 De voordracht voor benoeming wordt gedaan op voorstel van Onze Ministers. Daarbij nemen zij de aanbeveling, bedoeld in het tweede lid, zoveel mogelijk in acht.
4 Indien Onze Ministers voornemens zijn af te wijken van de aanbeveling winnen zij daaromtrent het gevoelen van het Hof en de procureur-generaal in. Het gevoelen van het Hof en de procureur-generaal en de aanbeveling worden bij het voorstel van Onze Ministers gevoegd. Zij motiveren waarom zij zijn afgeweken van de aanbeveling.
5 De procureur-generaal kan leden van en andere ambtenaren werkzaam bij het openbaar ministerie van elk van de landen aanwijzen om bij het parket van de procureur-generaal werkzaam te zijn.