Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten ст. 19b
Hoofdstuk 4 Rechtspositionele aspecten
1 Echtgenoten, bloedverwanten of aanverwanten tot in de derde graad mogen niet tegelijkertijd lid van het openbaar ministerie zijn.
2 Indien leden van het openbaar ministerie met elkaar huwen, zal de jongstbenoemde geen lid van het openbaar ministerie kunnen blijven.
3 Indien de aanverwantschap ontstaat na de benoeming, zal degene die haar veroorzaakte, zijn ambt niet kunnen behouden, tenzij ontheffing is verleend door het tot benoeming bevoegde gezag.
4 Het aanverwantschap houdt op te bestaan door ontbinding van het huwelijk.
5 Degene die ingevolge het tweede en het derde lid zijn ambt niet kan behouden, dient zijn ontslag in.
6 De procureur-generaal draagt er zorg voor dat aanverwanten aan wie ontheffing is verleend als bedoeld in het derde lid, niet worden belast met de behandeling van dezelfde zaak.