Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving · Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving
Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving ст. 31
§ 3 Rapportage door de Raad
1 De Raad maakt een inspectierapport, bedoeld in artikel 30, eerste lid , behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid openbaar niet eerder dan zes weken nadat het rapport is toegezonden aan Onze betrokken Minister.
2 Niet openbaar wordt gemaakt dat deel van het rapport dat a. de eenheid van de regering van Curaçao, Sint Maarten of Nederland kan schaden; b. de veiligheid van Curaçao, Sint Maarten of Nederland kan schaden; c. bedrijfs- of fabricagegegevens betreft die vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld; d. persoonsgegevens betreft, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt.
3 Voorts blijft openbaarmaking van het rapport of gedeelten daarvan achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: a. de betrekkingen van Curaçao, Sint Maarten of Nederland met andere staten en met internationale organisaties; b. de economische of financiële belangen van Curaçao, Sint Maarten of Nederland; c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten; d. de inspectie, controle of het toezicht door of vanwege bestuursorganen; e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; f. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van natuurlijke personen of rechtspersonen.