Rijksbesluit rechtspositie Gemeenschappelijk Hof van Justiti ст. 11
Paragraaf 1 Rechten en verplichtingen
1 Op eigen verzoek kan een plaatsvervangend lid van het Hof of een rechter-plaatsvervanger in eerste aanleg tijdelijk worden aangewezen voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke functie.
2 De aanwijzing geschiedt voor een bepaalde tijd en kan worden verlengd. De tijdsduur van de aanwijzing en van de verlenging bedragen elk drie jaar.
3 De aanwijzing van een plaatsvervangend lid van het Hof of een rechter-plaatsvervanger in eerste aanleg wordt schriftelijk gegeven door het bestuur van het Hof en vermeldt tenminste: a. zijn naam, voorletter(s), geboortedatum; b. zijn functie; c. de dag van ingang van de aanwijzing; d. zijn standplaats; e. de hoogte van het salaris; f. de arbeidsduur.
4 Op verzoek van een plaatsvervangend lid van het Hof of een rechter-plaatsvervanger in eerste aanleg kan het bestuur van het Hof besluiten tot wijziging van: a. de standplaats; b. de arbeidsduur.
5 De beslissing tot verlenging dan wel tussentijdse wijziging van de aanwijzing geschiedt schriftelijk door het bestuur van het Hof.
6 Gedurende de periode van aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 12 tot en met 14 , 16 tot en met 19 , 20 eerste, tweede en vierde lid , 21 22 , 24 en 26 , van overeenkomstige toepassing.