Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES ст. 20
Hoofdstuk 3 Keuring en certificering politiehonden
1 Bij ministeriële regeling worden keuringsreglementen vastgesteld met betrekking tot de keuring van de politiespeurhond, de politiesurveillancehond en de hond die bedoeld is om in te zetten bij aanhoudings- en ondersteuningswerkzaamheden.
2 Het keuringsreglement voor de politiespeurhond bevat ten minste de volgende eisen: a. voor alle politiespeurhonden met uitzondering van de politiespeurhonden menselijke geur: 1°. gehoorzaamheid van de politiespeurhond aan de geleider; 2°. een goede samenwerking van de politiespeurhond met de geleider; 3°. het niet agressief zijn ten opzichte van mensen en dieren; 4°. de vaardigheid van het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk geen belemmering mogen zijn; b. voor de speurtaak van de politiespeurhonden menselijke geur: 1°. het zelfstandig willen en kunnen zoeken van kleine en grote voorwerpen met menselijke geur; 2°. het opsporen en lokaliseren van een persoon; 3°. het speuren over gecombineerde terreinen; c. voor de geuridentificatietaak van de politiespeurhond menselijke geur: het uitvoeren van een tweetal geuridentificatieproeven, zoals in het keuringsreglement omschreven; d. voor de politiespeurhond verdovende middelen: 1°. het zelfstandig willen en kunnen zoeken van verdovende middelen; 2°. het vermogen om binnen een redelijke tijd alleen die soorten verdovende middelen op te sporen, die in het keuringsreglement zijn aangewezen; e. voor de politiespeurhond explosieven: 1°. het zelfstandig willen en kunnen zoeken naar explosieven, wapens en munitie; 2°. het vermogen om binnen redelijke tijd explosieven, wapens en munitie op te sporen en te lokaliseren; f. voor de politiespeurhond stoffelijke resten: het zelfstandig willen en kunnen zoeken naar stoffelijke resten van mensen; g. voor de politiespeurhond brandversnellende middelen: 1°. het zelfstandig willen en kunnen zoeken naar brandversnellende middelen; 2°. het vermogen om binnen een redelijke tijd alleen die brandversnellende middelen op te sporen, die in het keuringsreglement zijn aangewezen.