Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES · Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES ст. 23
§ 1 Samenstelling
1 De benoemde leden van de raad kunnen door het hof van justitie bij met redenen omklede beschikking, worden ontslagen: a. wanneer zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf tot gevangenisstraf of hechtenis zijn veroordeeld; b. wegens wangedrag of onzedelijkheid of bij herhaaldelijk gebleken achteloosheid in de uitoefening hunner functie; c. wegens het plegen van in artikel 29 verboden handelingen.
2 Zij worden door het hof van justitie bij met redenen omklede beschikken ontslagen: a. bij gebleken ongeschiktheid door ouderdom, door aanhoudende lichaamsziekte of tengevolge van zielsziekte, of bij het verlies van de hoedanigheid van Nederlands onderdaan; b. indien zij hun woonplaats overbrengen buiten het rechtsgebied van de raad; c. indien zij een functie aanvaarden als bedoeld in het tweede lid van artikel 20 .