Burgerlijk Wetboek BES Boek 7a · Burgerlijk Wetboek BES Boek 7a
Burgerlijk Wetboek BES Boek 7a ст. 1790
Veertiende Titel Van gevestigde of altijddurende renten
1 Deze rente is uit haar aard aflosbaar.
2 Partijen kunnen alleenlijk overeenkomen, dat de aflossing niet geschieden zal dan na verloop van een zekere tijd, welke niet langer dan voor tien jaren mag gesteld worden, of zonder dat zij de schuldeiser vooraf verwittigd hebben op een zekere door hen bevorens vastgestelde termijn, welke echter de tijd van een jaar niet zal mogen te boven gaan.