Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES · Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES
Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES ст. 2.59
Afdeling 2.14 Uitvoer van goederen en uitgaande opslag
1 Inlading en uitvoer van goederen zijn toegestaan op plaatsen waar douanekantoren zijn gevestigd.
2 De inspecteur kan echter op verzoek, rekening houdend met de aard of met de bestemming van de goederen, toestaan dat de inlading en de uitvoer op andere plaatsen worden verricht.
3 Voordat goederen worden ingeladen, wordt de aangifte ten uitvoer, met vermelding in ieder geval van: a. de naam van het schip; b. de hoeveelheid en de soort van de goederen volgens de algemene handelsbenaming; en c. de waarde van de goederen; bij het bevoegde douanekantoor ingediend.
4 Op de goedkeuring van ruimten, terreinen of andere locaties voor uitgaande opslag als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de wet zijn de artikelen 2.21 , 2.22 en 2.24 van overeenkomstige toepassing.
5 Het op de aangifte ten uitvoer afgegeven document wordt, ter dekking van de uitgaande opslag, ingediend bij de ambtenaren, belast met het toezicht op de inslag.
6 De uitvoer is gerealiseerd zodra de goederen zijn uitgegaan.
7 Indien voor de opslag in een inrichting voor uitgaande opslag een rekening wordt gehouden, wordt de rekening gedebiteerd op vertoon van het uitvoerdocument. Daarvan wordt aantekening gesteld op het document.