Wet College voor de rechten van de mens · Wet College voor de rechten van de mens
Wet College voor de rechten van de mens ст. 17a
Hoofdstuk 3 Samenstelling en werkwijze
De artikelen 13a tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatie zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gedragingen van de leden en plaatsvervangende leden van het College, met dien verstande dat:
a. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van het College; b. voor de overeenkomstige toepassing van artikel 13b, eerste lid, onderdelen b en c , onder «overeenkomstig artikel 26 of 75 een klacht» wordt verstaan: een klacht.
История изменений
- In werking sinds 2012-10-01