Regeling DNA-onderzoek in strafzaken · Regeling DNA-onderzoek in strafzaken
Regeling DNA-onderzoek in strafzaken ст. 8
1 De opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2, zevende lid , en 3, tweede en derde lid, van het besluit , dient: a. met goed gevolg de door de Politieacademie verzorgde opleiding ‘Afname celmateriaal van personen ten behoeve van DNA-onderzoek’ te hebben afgelegd, en b. niet betrokken te zijn bij het opsporingsonderzoek in het kader waarvan het celmateriaal wordt afgenomen.
2 De door de directeur van de inrichting of instelling aangewezen persoon als bedoeld in artikel 3, derde lid, van het besluit , dient met goed gevolg de door het Opleidingsinstituut DJI verzorgde en door de Stichting CEDEO erkende opleiding ‘DNA-afname bij veroordeelden’ te hebben afgelegd.
История изменений
- In werking sinds 2018-02-27